10 min lezen

Je staat altijd aan: hoe je weer naar binnen kunt

Het is zondagmiddag. Geen agenda, geen klusje dat per se af moet. Je zit op de bank en je probeert te lezen, maar na een halve bladzijde dwaal je weer af. Niets doen voelt verkeerd. Iets doen voelt ook verkeerd. Je hebt het gevoel dat je iets vergeet, terwijl je weet dat dat niet zo is.

Dat is altijd aan staan. Dat is iets anders dan een drukke week hebben. Dat is een toestand die je hele systeem als normaal is gaan zien. En als je het al jaren zo doet, weet je niet meer hoe rustig eigenlijk voelt.

Wat er in je lichaam gebeurt

Je lijf kent twee standen. Een die je in beweging zet als er iets moet, en een die je laat herstellen als het rustig is. Normaal wisselen die elkaar af. Actie, dan rust. Inspanning, dan ademen. Maar als je jarenlang in een hoog tempo leeft, raakt je lichaam gewend aan de stand van aan staan. Rust gaat dan vreemd aanvoelen. Zelfs ongemakkelijk.

Je lichaam is vergeten hoe het is om niets te hoeven. Stil zitten geeft dan eerder een onrustig gevoel dan opluchting. Je gaat op de bank zitten en voelt direct dat het wringt. Niet omdat er iets moet, maar omdat niets doen niet meer als rust voelt. Het voelt of je achter loopt op iets dat niet eens bestaat.

Altijd aan staan is geen karakter. Het is een gewoonte die je hebt geleerd, en die je ook weer kunt afleren.

Hoe je het bij jezelf herkent

Een paar signalen die je makkelijk over het hoofd ziet. Je pakt je telefoon meerdere keren per uur, ook als je weet dat er niets nieuws is. Je voelt vage schuld als je iets voor jezelf doet zonder dat het ergens toe leidt. Je weet eigenlijk niet goed wat je met jezelf moet als de kinderen bij oma logeren.

Of dit. Je hartslag voelt hoog ook als je zit. Je schouders zitten standaard wat omhoog. Je adem zit hoog in je borst en je merkt het pas als iemand het je vraagt. Allemaal kleine tekens dat je lijf nog in een werkstand staat, ook als je officieel rust hebt.

De overgang maken

Tot rust komen vraagt een overgang. Net zoals je na een lange autorit niet meteen in slaap valt. Je lichaam heeft tijd nodig om om te schakelen. Die overgang kun je bewust maken in plaats van te hopen dat hij vanzelf komt.

Oefening · 5 minuten · na een drukke periode

De bewuste overgang

  1. Zoek een rustig plekje en ga zitten of liggen, zoals het comfortabel voelt.
  2. Adem vier tellen in door je neus. Houd vier tellen vast. Adem zes tellen uit door je mond.
  3. Herhaal dit vijf keer. Langzaam, zonder haast.
  4. Zeg in jezelf: de dag is voorbij. Ik mag er nu even niet zijn.
  5. Blijf nog twee minuten zitten zonder dat je iets hoeft.

Het gekke is. Hoe vaker je deze overgang maakt, hoe makkelijker je lichaam leert dat het mag afschakelen. Het is iets wat je aanleert, niet iets wat vanzelf terugkomt. De eerste paar keer is het ongemakkelijk en dat is precies wat je zou verwachten.

Even op adem komen?

Mischa heeft een begeleide meditatie van twaalf minuten ingesproken. Je krijgt hem gratis in je mailbox.

Ontvang de meditatie

Niet alles tegelijk willen

Een veelgemaakte fout. Omdat je ziet dat je te lang aan hebt gestaan, ga je het opeens grondig aanpakken. Yoga, meditatie, een dagboek bijhouden, koude douches, vroeg naar bed, geen schermen meer 's avonds. Alles in dezelfde week. En binnen veertien dagen val je terug, want het is gewoon te veel om vol te houden.

Wat wel werkt. Eén ding kiezen. Eén klein moment van bewust niets doen, elke dag. Tien minuten op de bank zonder telefoon. Een wandeling van een kwartier zonder podcast. Een kopje thee dat je echt drinkt en niet drinkt tijdens iets anders.

Klein beginnen voelt te bescheiden voor de verandering die je wil zien. Maar dat is precies waarom het werkt. Het is haalbaar genoeg om door te zetten. En doorzetten levert uiteindelijk meer op dan een week vol heroïek waarna je afhaakt.

Beginnen waar je staat

Je hoeft je hele leven niet om te gooien. Begin met één moment per dag dat echt van jou is. Niet productief, niet nuttig, gewoon aanwezig. Een kop thee zonder scherm. Een wandeling zonder doel. Vertragen begint in kleine gebaren, niet in een nieuw schema.

Veelgestelde vragen

Is altijd aan staan slecht voor mijn gezondheid?

Op de lange duur kan het effect hebben op je weerstand, je hart en je slaap. Dat klinkt heftig, maar het goede nieuws is dat je lichaam veel kan herstellen zodra je gaat vertragen. Het begint met kleine stappen die je vol kunt houden.

Hoe weet ik of ik te veel stress heb?

Signalen zijn onder andere: moeite met tot rust komen ook als je rust hebt, snel geïrriteerd zijn om kleine dingen, slecht slapen, hoofdpijn, of het gevoel dat je dagelijks achter de feiten aanloopt. Herken je meerdere van die dingen, dan is het de moeite waard om er aandacht aan te geven.

Wat is een goede eerste stap?

Opmerken, zonder oordeel. Wanneer sta je aan? Waar gebeurt dat? Hoe voelt het in je lichaam? Je hoeft het nog niet te veranderen. Bewust worden van wat er speelt, is op zichzelf al een eerste stap.

En als mijn leven het echt niet toelaat om te vertragen?

Dat is een eerlijke vraag. Met kinderen, mantelzorg of een veeleisende baan kun je niet zomaar minder doen. Maar zelfs in een vol leven zijn er kleine momenten. Drie rustige ademteugen voor je het huis ingaat. Een halve minuut stil in de auto voor je uitstapt. Het zijn geen volwaardige rustmomenten, maar wel onderhoud.

Je hoeft niet vandaag al een ander mens te worden. Het is genoeg om vandaag één moment te merken waarop je aan staat, terwijl er niets is dat dat van je vraagt. Volgende keer weer.

Paulien Diender
Paulien Diender

Coach. Begeleidt samen met Mischa retraites op Vlieland en schrijft de artikelen van momentje.

Alle artikelen